Infecter

Transmettre une maladie (infection) à quelqu’un, par exemple par contact sexuel.

Besmetten

Een ziekte (infectie) doorgeven aan iemand anders. Bijvoorbeeld door seksueel contact.

Terme usuel: Besmetten
Neutre: Infecteren

Besoin d’aide ? Trouvez un professionnel de santé.

Aide